Velserbeek - Tuin

Details monument
Kenmerk Details
Bescherming Rijksmonument
Oorspronkelijk Buitenplaats
Huidige functie Kantoor, theeschenkerij, wandelpark, e.a.
Bouwjaar 17e, 18e, 19e eeuw, restauratie hoofdgebouw 1995
Architect Onbekend
Opdrachtgever Onbekend

De historische buitenplaats Velserbeek bestaat uit de volgende onderdelen: hoofdgebouw, historische tuin- en parkaanleg, stalgebouwen, oranjerie (theeschenkerij), Chinese koepel, Jeneverhuisje , muziektent, hermitage en hekwerk.

De geschreven geschiedenis van het complex historische buitenplaats Velserbeek gaat terug tot in de eerste helft van de 17de eeuw, wanneer de Amsterdamse koopman Jeremia van Collen (1608-1676) in 1639 een boerderij met bijbehorende grond koopt. De verkoopakte spreekt van een "huisingen ende gethimmerten soo van heijningen en boomgaert, plantagien van singels als anders". vermeldt hoe de St. Engelmundusbeek door het terrein stroomt en geeft aan dat de singels of wallen met "abele ende bitterwilgen" zijn beplant. Wellicht gaat de in het terrein nog duidelijk herkenbare wal bij de entree aan de ZW-zijde van het park nog tot deze tijd terug, zo deze niet aan het einde van de 17de eeuw is aangelegd, wanneer op Velserbeek een formele aanleg wordt gerealiseerd.

Het classicistische blokvormige hoofdgebouw van de buitenplaats werd in ieder geval voor 1662 opgetrokken getuige het familieportret van Van Collen uit dit jaar waarop het huis waarneembaar is. Kort na 1699 komt de formele aanleg tot stand. Van deze aanleg stamt de rechte laan (oost-west) die even te westen van het huis ontspringt en parallel aan de voorgevel loopt. De dwarslaan die aan de westzijde haaks hierop is gesitueerd en de enkele overige rechte lanen in het park zijn uit deze periode te dateren.

In de jaren ‘70 van de 18de eeuw wordt een begin gemaakt met een grootscheepse wijziging van de aanleg in de in die tijd nieuwe landschapsstijl. In deze tijd wordt ook een tuingebouw in de vorm van een kapel opgericht, een Chinees huisje, een hermitage met kluizenaar in was. Deze vroege aanleg in landschapsstijl, die een sterk geaccidenteerd karakter heeft, is in het noordwestelijke deel van het park bewaard gebleven. Vermoedelijk dateert een in het terrein nog deels herkenbaar fijnmazig patroon van slingerpaden nog uit deze tijd.

Na 1833 wordt in het park onder leiding van Jan David Zocher een aantal wijzigingen aangebracht. Zo wordt er voor het huis een hertenkamp aangelegd. De oranjerie (nu theeschenkerij) was al in 1832 aanwezig en is waarschijnlijk in de tweede helft van de 19de eeuw van een witte pleisterlaag voorzien.

In 1918 wordt de buitenplaats als beleggingsobject gekocht door twee fabrikanten van elektrische scheerapparaten. In 1924 wordt de buitenplaats door de gemeente gekocht, die het bestemd tot openbaar wandelpark. In 1926 werd de huidige muziektent in Amsterdamse Schoolstijl gebouwd.