Velsertunnel

Details monument
Kenmerk Details
Bescherming rijksmonument
Oorspronkelijk ventilatiegebouw Velsertunnel
Huidige functie ventilatiegebouw Velsertunnel
Bouwjaar 1952 - 1957
Architect D. Roosenburg (1887-1962)
Opdrachtgever Rijkswaterstaat

Ventilatiegebouw van de Velsertunnel gelegen op de noordoever van het Noordzeekanaal. Het gebouw maakt deel uit van het complex ventilatiegebouwen aan weerszijden van het kanaal.
Het ventilatiegebouw werd ontworpen door het bureau van architect D. Roosenburg. Roosenburg was sinds 1941 als esthetisch adviseur bij de bouw van de Velsertunnel betrokken. Het ontwerp kwam van 1952 tot 1957 tot stand in nauwe samenwerking met ir. A. Eggink van de Directie Tunnelbouw Velsen die na de oorlog opging in de Directie Sluizen en Stuwen van Rijkswaterstaat. Bij het ontwerp koos Roosenburg er bewust voor om iedere ondergrondse ventilatieschacht boven de grond in een afzonderlijke schoorsteen te laten uitmonden. Hierdoor ontstond een karakteristiek rank silhouet met acht schoorstenen.
Het bouwen van de tunnel duurde van 1952 tot 1957. In 1954 begon het werk op de noordoever. Doordat het werk onder grote tijdsdruk stond moest het ventilatiegebouw op de noordoever in een korter tijdsbestek gebouwd worden dan het gebouw op de zuidoever. Om de bouwtijd te bekorten werd voor de schoorstenen gebruik gemaakt van geprefabriceerde betonnen elementen.

Het ventilatiegebouw is iets van de waterkant gesitueerd boven de snelweg onder het Noordzeekanaal door. Het gebouw is georiënteerd op het grotendeels identieke ventilatiegebouw aan de zuidzijde van het kanaal. Zowel vanaf het Noordzeekanaal als vanaf de snelweg is het ventilatiegebouw door de hoge schoorstenen zeer prominent aanwezig en bepalend voor de plek.
De meest in het oog springende elementen van het ventilatiegebouw zijn de 8 karakteristieke hoge schoorstenen. De 4 hoogste schoorstenen van elk 30 m hoog zijn twee aan twee gesitueerd aan de oostelijke en westelijke zijde van het ventilatiegebouw. Deze schoorstenen zorgen voor de luchtafvoer in de Velsertunnel. In het midden van het ventilatiegebouw zijn achter elkaar in noord-zuid richting de andere 4 schoorstenen geplaatst. Deze schoorstenen zijn elk 15 m hoog en zorgen voor de luchtaanvoer in de tunnel. Ter hoogte van het maaiveld zijn in de schoorstenen de ventilatoren geplaatst. Onder het maaiveld gaan de schoorstenen over in betonnen ventilatieschachten.
De schoorstenen zijn samengesteld uit ronde geprefabriceerde betonnen schijven en een bakstenen schil. Om het onderhoud gemakkelijk te maken en de kosten te beperken is er voor gekozen om de schoorstenen te bekleden met gemeleerde geglazuurde bakstenen. De gecanneleerde tienhoekige vorm met zijdes van 1 m komt voort uit een eerder ontwerp waarbij men er vanuit ging dat de schoorstenen geheel in beton uitgevoerd zouden worden. Iedere schoorsteen eindigt in een naar boven toe wijder uitlopende schoorsteenkop. Deze schoorsteenkoppen zijn elk rondom voorzien van 50 openingen die omlijst worden door een witte geprefabriceerde betonnen vierkante rand. Een betonnen plaat dekt de schoorsteen aan de bovenzijde af.