Beecksanghlaan 36

Details monument
Kenmerk Details
Bescherming gemeentelijk monument
Oorspronkelijk woonhuis
Huidige functie woonhuis
Bouwjaar ca. 1824 / 1878 / 1887-1888
Architect Jan Santen, tapper te Beverwijk (1824)
Opdrachtgever Mr. Daniël Adriaan Koenen, advocaat en handelaar (1878-1888)

Villa Beeckzangh is een 19de-eeuws buitenhuis dat voortgekomen is uit oudere bebouwing. Ongeveer op de plaats van het huidige perceel heeft een huis met blauwselmakerij gestaan, dat in 1667 door de Amsterdamse blauwselverkoper Nicolaas Luijders gebouwd is. In 1709 was de blauwselmakerij opgeheven. Het huis - misschien inmiddels verbouwd - werd toen als de lustplaats ’t Blauwselhuis’ omschreven.

Tussen 1734 en 1752 is er een schuur bijgebouwd. Het huis zelf is tussen 1800 en 1824 gesloopt. De schuur en een deel van de bijbehorende gronden zijn in 1824 aan Jan Santen verkocht, tapper te Beverwijk. Santen verbouwde de schuur tot woonhuis. Naar aanleiding van een oppervlakkig bouwhistorisch onderzoek mag geconcludeerd worden dat de voorzijde van het huis vlak na 1824 haar huidige indeling heeft gekregen. In 1871 is het huis opgesplitst in twee woningen.
Omstreeks 1877 zijn de woningen gekocht door mr. D.A. Koenen, amateurdichter en zoon van de bekende letterkundige mr. H.J. Koenen (1809-1874). Koenen heeft de woningen weer samengevoegd en het uiterlijk van de villa verfraaid. In 1887-1888 heeft er aan de achterzijde van het huis een ingrijpende verbouwing plaatsgevonden, waarbij het bestaande gedeelte tevens van een erker is voorzien.

Sinds 1903 is de villa eigendom van en bewoond door de familie Koster. In 1906 is de villa opnieuw opgesplitst in twee woningen, hetgeen gepaard is gegaan met een inwendige verbouwing.
De naam van de villa is ontleend aan een gedicht van J. van den Vondel. Van den Vondel verbleef in de eerste helft van de 17de eeuw regelmatig op de nabij gelegen buitenplaats Scheijbeeck, indertijd eigendom van de kunstzinnige Amsterdamse koopman L. Baeck.
De bekende dichter H. Gorter (1864-1927) logeerde op zijn beurt op Beeckzangh omdat hij bevriend was met een zoon van Koenen. Op Beeckzangh schreef hij een groot gedeelte van zijn beroemde - in 1899 gepubliceerde - gedicht ‘Mei’.
Het perceel waarop de villa is gebouwd grenst aan de Scheijbeeck, vanouds de scheiding tussen Wijk aan Zee en Duin en Velsen. Aan de overzijde van de weg ligt het park van de buitenplaats Scheijbeeck. De villa ligt dicht langs de straat. Het perceel strekt zich vrij ver in westelijke richting uit.

Villa Beeckzangh is de oudste nog bestaande villa van de gemeente Velsen. Het is het enige, goed bewaarde voorbeeld van classicistische architectuur met Empire-stijlkenmerken, in de gemeente Velsen.