Aan de landelijke rust van de gemeente kwam een einde, toen in 1876 het Noordzeekanaal open ging. Het IJ en het Wijkermeer werden hiervoor ingepolderd.

Vele kanaalwerkers bleven hier wonen en vormden, met het personeel voor de sluizen en de douane, de eerste bewoners. De nieuwe vestiging werd door koning Willem III gedoopt tot IJmuiden - monding van het IJ. De plaats ontwikkelde zich snel. Tegen de verwachting kwam dit niet door de grote scheepvaart, maar nadat de zeevisserij de gunstige mogelijkheid van de veilige havenmond had ontdekt. Aan het eind van de 19e eeuw kreeg de visserij een door het rijk aangelegd havengebied ter beschikking, waarop later de rijksvisafslag werd gevestigd.

Monumenten