Verkeersbeleid:

In het Lokaal Verkeers- en Vervoer Plan (LVVP 2004) zijn de hoofdlijnen vastgesteld van het verkeers- en vervoersbeleid voor de komende 10 tot 15 jaar. In dit plan staan bereikbaarheid en leefbaarheid centraal.

Verkeersmaatregelen

worden genomen naar aanleiding van een verzoek of doordat herinrichting heeft plaatsgevonden. Voor plaatsing van een gebods- of verbodsbord moet een verkeersbesluit worden genomen. Deze worden gepubliceerd in de weekbladen De Jutter en De Hofgeest.

Verkeersstructuur: er bestaan 2 soorten wegen (functies zijn vastgelegd in het LVVP 2004)

  1. Gebiedsontsluitingswegen: bedoeld om gemotoriseerd verkeer te concentreren en op een vlotte manier te laten doorstromen. Op deze wegen geldt binnen de bebouwde kom een maximum snelheid van 50 km per uur en buiten de bebouwde kom een snelheid van 80, 100 of 120 km per uur.
  2. Erftoegangswegen: hier staat het verblijf op straat centraal en daarom geldt hier een lagere maximumsnelheid: 30 km binnen de bebouwde kom en 60 km buiten de bebouwde kom.

Verkeersveiligheid: er wordt onderscheid gemaakt in:

  1. Objectieve verkeersveiligheid: Het aantal gebeurde en door de politie geregistreerde ongevallen, waarbij plaats, oorzaak en afloop bekend zijn.
    Dit zijn voor de gemeente belangrijke gegevens om actie te ondernemen om de verkeersveiligheid te verbeteren. Maatregelen worden vaak in nauw overleg met de wijkbewoners genomen.
  2. Subjectieve verkeerveiligheid: geeft aan hoe veilig men zich voelt in het verkeer. Bijvoorbeeld: wanneer een auto met een - voor het gevoel - hoge snelheid langs een fietser rijdt in een smalle straat, geeft dit een onveilig gevoel.

Ook over verkeersmaatregelen voor deze plaatsen voert de gemeente overleg met de wijkbewoners.

Verkeersbewegwijzering: om het verkeer de juiste kant op te sturen en in goede banen te leiden. Er zijn verschillende systemen:

  1. Hoofdbewegwijzering
  2. Objectbewegwijzering
  3. Fietsbewegwijzering

Daarnaast staan er stadsplattegronden bij de entree van de woonkernen.