Gemeente Velsen gaat vanaf dit jaar experimenteren met nieuwe vormen van (minder) maaien waar insecten, kleine dieren en mensen vrolijk van worden. In het verleden werd bij de meeste maaibeurten het hele veld gemaaid, terwijl dit eigenlijk niet zo goed is voor de flora en fauna. Bij het ‘nieuwe’ maaibeheer, waarmee we de biodiversiteit willen vergroten, wordt er op meerdere locaties minder gemaaid dan andere jaren, namelijk 1 á 2 keer per jaar. Hierna wordt het gemaaide gras verzameld en afgevoerd. Dit zorgt ervoor dat de grond schraler wordt, waardoor andere planten (zoals bloemen- en kruidenplanten) de kans krijgen om te groeien. Wethouder Sebastian Dinjens: ‘Soms zijn kleine veranderingen genoeg voor grote verschillen’.

Binnen Velsen zijn er zeven proeflocaties waar wij gestart zijn met sinusmaaien. Dit is het maaien in wisselende patronen, zodat er veel variatie in hoogte, bloemen en soorten groen ontstaat. We gaan niet in één keer hele velden maaien, maar laten ook een deel ongemaaid. Het ongemaaide deel kan dan bij een latere maaibeurt alsnog gemaaid worden, terwijl dan weer een ander deel van de oppervlakte ongemaaid blijft. Het idee hierachter is dat er op deze manier ook na een maaibeurt voedsel te vinden is en schuilmogelijkheden overblijven voor kleine dieren in het groen. Op de velden zijn slingerende maaipaden te vinden, de zogeheten sinuspaden. Deze paden worden iedere maaibeurt weer anders gemaaid. Meer informatie: vlinderstichting.nl/sinusbeheer/

Deze nieuwe manier van maaien zorgt voor het vergroten van de biodiversiteit en verbetert de leefomgeving van de bij. Bijen halen hun voedsel uit bloemen die binnen een aantal honderden meters van hun nestelplaats bloeien. Wanneer een voedselbron wegvalt als gevolg van een maaibeurt, moeten er uitwijkmogelijkheden zijn om elders voedsel te zoeken. Als deze er niet zijn, kan de bij geen voedsel vinden en verminderd de bijenpopulatie.