Categorie: Grondwater

De gemeente legt al jaren drainage aan. Deze drainage is afgestemd op gemiddelde omstandigheden om grondwater snel genoeg afgevoerd te krijgen. De vraag is of het drainagestelsel uitgebreid moet worden of niet. Op dit moment is dat nog een onderzoeksvraag. De gemeente treft alleen extra maatregelen als voldoende is onderzocht hoe vaak de huidige overlast kan terugkeren en als de maatregelen doelmatig zijn, wat betekent dat de kosten van de maatregel in redelijke verhouding moeten staan met de geleden schade. Grootschalige aanleg van drainage is kostbaar.

Het is de kunst maatregelen te vinden die flexibel inzetbaar zijn, niet te duur en te moeilijk en die rekening houden met de specifieke omstandigheden van de verschillende wijken en stadsdelen. De oorzaak van deze overlast is de regen die overal valt.

Voor zover de gemeente nu weet, is het aanleggen van horizontale drainage de beste maatregel. De gemeente is sinds 2000 bezig met de vernieuwing en uitbreiding van haar drainagestelsel. Naast aanleg van drainage is het graven van sloten ook een belangrijk middel. Ook deze vorm van ontwatering draagt bij aan een droger Velsen.

Nee. Geen enkele beheerder kan de garantie bieden dat grondwaterstanden niet zullen stijgen of dalen. Grondwater laat zich uit de aard der zaak niet volledig beheersen. Daarnaast is de grondwaterzorgplicht een inspanningsverplichting, geen resultaatsverplichting.

Elke gemeente heeft sinds 2008 een zogenaamde grondwaterzorgplicht met betrekking tot de grondwaterstanden in het bebouwd gebied. Het is een inspanningsverplichting, en wel ten aanzien van structurele overlast (regelmatig terugkerend en omvangrijk) die de gemeente met kosteneffectieve oplossingen kan keren. Dit betekent dat de gemeente haar best moet doen, maar niets kan garanderen.

In de openbare ruimte moet de gemeente het grondwater zoveel mogelijk beheersen, maar binnen de erfgrens heeft de eigenaar dezelfde zorgplicht. Dit is beschreven in de Waterwet. Dat houdt onder meer in dat van de particulier verwacht mag worden dat hij de gelijkvloerse en ondergrondse onderdelen van zijn woning net zo behandelt als bijvoorbeeld een dakkapel. Als deze lekt, zal iedere eigenaar deze waterdicht maken.

De gemeente moet het grondwaterbeheer in de openbare ruimte zodanig beheersen dat het wonen in en gebruiken van huizen en tuinen niet in ernstige mate gehinderd worden. Het gaat hier dan wel om de woonfunctie. Kelders en kruipruimtes vallen daar niet onder. Gemeentes hebben wel de wettelijke plicht om het door eigenaren aangeboden water (bijvoorbeeld drainagewater) te ontvangen, af te voeren en te verwerken.

De gemeente is voor de inwoner altijd het eerste aanspreekpunt (loketfunctie) inzake wateroverlastklachten. De provincie en PWN zijn niet verantwoordelijk voor het terugdringen van de wateroverlast.

Nauwelijks. Volgens een vuistregel levert 1 centimeter sneeuw ongeveer 1,2 millimeter water op. Als er dus 10 centimeter sneeuw is gesmolten, levert dat ongeveer 1,2 centimeter water op. In de grond levert dat een grondwaterstijging op van ongeveer 3½ centimeter. Dit is bijna verwaarloosbaar aan wat er in totaal aan regen valt.

Dit is niet helemaal uit te sluiten. Inderdaad zijn oude riolen in min- of meerdere mate lek en voeren, weliswaar onbedoeld, grondwater mee af. Bij vervanging houdt dit op en kan de grondwaterstand ter plaatse stijgen. Met veel rioolvervangingen worden ook drainages aangelegd.

Dat het klimaat verandert is algemeen aanvaard. In Nederland is de jaarlijkse hoeveelheid regen vanaf 1910 toegenomen met 25%. Er valt vooral meer regen in de winter. De luchtstroming komt ook steeds meer vanuit het westen, opvallend is de toename van de hoeveelheid regen langs de kust. Mogelijk komt dit door de opwarming van de Noordzee. De laatste dertig jaar is ook het aantal natte dagen (10 mm regen per dag of meer) toegenomen. Zelfs het aantal dagen met zware regen (50 mm per dag of meer) lijkt de afgelopen zestig jaar te zijn toegenomen.

Dit proces werkt in beginsel grondwaterstandverhogend, maar op een ingewikkelde manier en zeer versluierd. In grondwaterstandsmetingen van de gemeente zijn tot nu toe klimaatverandering en stijging van zeespiegel niet te herkennen en zijn daarom ook geen oorzaak van de huidige wateroverlast. De enige echte oorzaak is de regen.

Uit onderzoek blijkt de enige echte oorzaak van wateroverlast de hoeveelheid regen te zijn. De toename van kweldruk is een uitzonderlijk traag en complex natuurlijk proces dat over decennia of eeuwen zijn gestage invloed uitoefent. De Noordzee is in een eeuw tijd al 25 centimeter gestegen. In beginsel veroorzaakt dat een grotere kweldruk op het diepe grondwater achter de duinen. Een verhoogde kweldruk betekent dat het ondiepe grondwater steeds moeilijker wegzakt in de diepere grondlagen.

Zonder aanvullende maatregelen kan het op den duur leiden tot verhoogde ondiepe grondwaterstanden in de stad. Dit natuurlijke proces vindt al jarenlang plaats, maar wel heel geleidelijk. De doorwerking hiervan naar het bovenste ondiepe grondwater in de stad is gecompliceerd.

Als de zeespiegel 25 cm stijgt, zal het ondiepe grondwater in Velsen met zekerheid geen 25 cm stijgen, maar veel minder. Hoeveel, is een onderzoeksvraag. De gemeente volgt de ontwikkelingen onder andere met een grondwaterpeilbuizenmeetnet, en houdt er in het lange termijnbeleid rekening mee.

Nee. Inmiddels zijn er veel meningen over de mogelijke oorzaken van de wateroverlast. De enige echte oorzaak is de regen. Grondwater stroomt van hoog naar laag. Op zijn weg kan het grond-water constructies tegenkomen die de stroming in zekere zin tegenhouden. Het gevolg kan zijn dat het grondwater als het ware opstroopt tegen de constructie. Dit effect is altijd klein én plaatselijk, omdat de omvang van die ondergrondse constructies in het niet valt bij de omvang van al het grondwater. En om een eventuele plaatselijke stijging van grondwater te voorkomen worden meteen ook drains neergelegd. Incidenteel kan het voorkomen dat een huis wel last heeft van ‘opstropend’ grondwater. Als bewoners weten dat vlak bij hun huis verschillende constructies in de ondergrond in de weg zitten, kan een klein onderzoek de moeite waard zijn.

Nieuwe grondwateronttrekkingen op strategische locaties kunnen wel werken, maar zijn ongeschikt om het ontwateringsniveau van de stad genuanceerd te verlagen, en dat is precies wat de stad nodig heeft. Grondwateronttrekkingsinstallaties zijn bovendien technisch complex, kostbaar en lastig te beheren.

Effecten van deze maatregelen zijn omvangrijk en complex en zullen veel onbedoelde negatieve bijwerkingen bevatten, zoals ongewenste verzakkingen van slappe lagen in de ondergrond. Vanwege het grootschalige karakter zullen ze geen recht doen aan de specifieke omstandigheden van de individuele wijken in de stad.

Nee. Inmiddels zijn er veel meningen over de mogelijke oorzaken van de wateroverlast. De enige echte oorzaak is de regen. De drinkwaterwinningen van de Amsterdamse Waterleidingen en de PWN in het duingebied van Kennemerland-Zuid zijn in de periode 1991–2002 in drie fasen gesloten. Dit heeft geleid tot de gewenste forse grondwaterstandverhogingen in het duingebied zelf, tot enige grondwaterstandsverhoging in de binnenduinrand en tot bijna nul in het stedelijk gebied van Heemstede, Velsen en Haarlem.

Omdat het sluiten van de winningen een groot project was, zijn er tientallen hydrologische, ecologische en waterhuishoudkundige onderzoeken doorgevoerd om de effecten ervan te leren kennen en te beheersen wanneer deze negatief zijn. In 2006 is een onderzoek uitgevoerd in opdracht van de provincie samen met de PWN naar wat de werkelijk opgetreden effecten zijn van het sluiten van de winningen. Daarvoor zijn de waarnemingen (grondwaterstandsmetingen) van honderden peilbuizen uit de hele regio geanalyseerd. De uitkomsten van het onderzoek zijn door alle betrokken partijen destijds aanvaard. Ook Velsen heeft bijgedragen aan het onderzoek.

De uitkomst van het onderzoek was dat grondwaterstanden fors verhoogd zijn in het duingebied zelf (tot plaatselijk enkele meters verhoging) en enigszins verhoogd zijn in de ‘binnenduinrand’. Dit is de lage rand van het duin tot aan de westkant van de stedelijk gebied van Bloemendaal, Haarlem, Velsen en Heemstede. In het stedelijk gebied blijken de grondwaterstanden echter vier jaar na dato van het stoppen van de onttrekkingen nauwelijks te zijn gestegen. Wanneer vandaag de dag de drinkwaterwinningen weer aan worden gezet, heeft dit geen effect op de grondwaterstand in Velsen. De kans op wateroverlast neemt niet af.

Nee. Het hoogheemraadschap beheert uitstekend het peil in de watergangen. Datzelfde geldt voor Rijkswaterstaat wat betreft het peil in het Noordzeekanaal. Nergens zijn langdurige overschrijdingen van het afgesproken boezempeil gemeten.

Nee. De overlast komt door het water in de grond. De Velsense grond is als het ware een spons van zand, veen en klei waarin het water zit opgesloten. Dat water kan niet snel weggepompt worden zoals dat in een sloot of gracht of in de riolering wel kan. Het grondwater moet vanzelf ‘uit-zakken’.

Vochtoverlast is niet snel een probleem voor de volksgezondheid. De GGD’s zijn zeer terughoudend met het bevestigen van volksgezondheidsrisico’s met betrekking tot vocht. Het hangt af van veel omstandigheden, niet in het minst van de gezinssamenstelling en het watergebruik in huis. Zeker in meer-persoonshuishoudens overtreft de normale vochtproductie al gauw vochtoverlast door een teveel aan water in muren, kruipruimtes en kelders. Ook schimmelvorming is niet gauw een gezondheidsprobleem. De plaatselijke GGD of de landelijke GGD kan u hierover nader voorlichten.

Ja, dat mag en het hoeft geen probleem te zijn. Zeker als de overlast kortstondig is. Kruipruimtes zijn bedoeld om het contact met en invloed vanuit de grond zoveel mogelijk op te heffen. Als er water langdurig in de kruipruimtes komt, bestaat het risico dat water of waterdamp in muren en vloeren en zo het huis in trekt. Dit vocht kan aanleiding zijn tot schimmel- en zwamvorming. Dan moet het wel gaan om jaarlijks terugkerend water in de kruipruimte of kelder, gedurende langere tijd (we-ken/maanden) en onvoldoende geïsoleerde vloeren of geventileerde kruipruimtes en kelders.

Of de overlast erger wordt hangt af van de regen. Als er veel regen blijft vallen dan wordt de overlast erger.

Het juiste antwoord is helaas dat niemand dat weet. De oorzaak van de overlast is de regen. Niemand weet hoeveel, hoe vaak en hoe lang het de komende jaren regent. De verwachting is dat in het vroege voorjaar meer regen valt dan er water verdwijnt door verdamping. De regen en dus de overlast zal dan ook naar verwachting langer aanhouden. Of de overlast erger wordt hangt ook af van de regen. Als er veel regen blijft vallen dan wordt de overlast erger.

Op basis van onderzoek door onafhankelijke adviseurs verwacht men dat de overlast niet structureel is. In technische termen heet dat onderzoek naar de ‘herhalingstijd’ van neerslagpatroon en -hoeveelheid van 2012. Het lijkt er op dit moment op dat ‘2012’ zich niet vaak zal herha-len, misschien eens in de tien jaar of nog minder vaak.

De gemeente zal alle schadeclaims met een algemene brief afwijzen op grond van de eigen wettelijke verantwoordelijkheid van de eigenaar en op grond van de structurele invulling van de grondwaterzorgplicht door de gemeente. Indien u besluit toch een claim in te dienen kunt u dat doen bij de afdeling Juridische Zaken. Daar kunt u ook nadere informatie krijgen.

De overlast is vaak regionaal. Niet alleen in Velsen, maar ook in onze buurgemeenten kan overlast optreden. De overlast overstijgt soms de invloedssfeer van de individuele eigenaar of zelfs van de individuele gemeente. Toch hebben huiseigenaren een belangrijk wapen in handen, namelijk het treffen van bouwkundige maatregelen (zie hier voorbeelden). Wanneer grondwateroverlast optreedt kunnen twee oplossingsrichtingen gekozen worden:

  • Waterhuishoudkundige maatregelen: het water terugdringen, verlagen, keren
  • Bouwkundige maatregelen: de woning waterdicht maken

De grondwaterzorgplicht ‘begint’ volgens de Waterwet bij de huiseigenaar. Van de huiseigenaren wordt verwacht dat ze zelf maatregelen treffen om vloeren, kelders, muren en alle andere ondergrondse en gelijkvloerse constructies zo te verbeteren, dat water er minimaal invloed op heeft.

Als bekend is dat de overlast structureel is en de te treffen maatregelen doelmatig, maakt de gemeente ontwerpen van nieuwe en/of aangepaste drainagestelsels en zullen deze worden ingevoerd. Voorlopig gaat dat nog in zogenoemde werk-met-werkprojecten zodat de openbare weg niet onnodig open hoeft te worden gemaakt.

Via het Digitale Loket van de gemeente Velsen kunt u een vergunning voor een rioolaansluiting aanvragen. Heeft u andere klachten, meldingen of vragen? Meld deze dan digitaal of neem contact op met de gemeente Velsen.

Dit komt vooral voor in de herfst, als er veel bladeren van boom zijn gevallen. Door de vallende bladeren kunnen de straatkolken verstopt raken. Door de bladeren te verwijderen, kunt u vaak al een groot deel van het probleem verhelpen. Als het erg hard regent kan er ook water blijven staan in de straat. Dit komt omdat de riolering dan overvol is geraakt. Hier kunt u niet veel aan doen. Het melden bij de gemeente helpt ons wel de problemen inzichtelijk te krijgen.

Controleer of alle stankafsluiter (sifons) goed werken en goed aangesloten zijn. Kijk ook naar de standleiding (ontluchtingspijp van de binnenhuisriolering, loopt meestal tot onder het dak)
Vaak wordt een regenpijp als standleiding gebruikt. Komt de rioollucht uit de regenpijp, voorzie deze dan ook van een stankafsluiter. Stinkt het uit de straatkolken, Meld dan digitaal bij de gemeente dat het stankslot in die kolken stuk is of bel met de gemeente.

Bij een verstopping van het riool dient u, als u vermoedt dat de verstopping in het gemeentelijk riool zit, de gemeente te bellen op (0255) 56 72 00. U kunt dit ook digitaal melden. Buiten kantooruren en in het weekend kan dit via de politie op 0900-8844.

De gemeente komt bij u langs en u kunt dan toestemming geven voor het onderzoeken van de klacht. Indien de oorzaak op uw eigen perceel ligt zijn er voor u kosten verbonden aan dit onderzoek. U dient daarna de oorzaak zelf te verhelpen. Eventueel kunt u dat door een loodgieter of rioleringsontstoppingsbedrijf laten doen. Deze kosten zijn ook voor uw rekening.

Indien de oorzaak op gemeentegrond ligt verhelpt de gemeente het probleem. Dan zijn de kosten voor onderzoek en het verhelpen van het probleem voor rekening van de gemeente. Het achteraf verhalen van gemaakte kosten is niet mogelijk. Daarom is het verstandig om eerst contact met de gemeente op te nemen.

Tijdens de winter 2012-2013 zijn in de gehele regio veel klachten geweest over hoge grondwaterstanden. Wij hebben samen met andere gemeenten nader onderzoek laten uitvoeren naar de oorzaak van deze hoge grondwaterstanden. Daarnaast is onderzocht of dit een incidentele situatie betrof of dat de grondwaterstanden in de toekomst structureel hoog zullen zijn.

Binnen dit onderzoek is onderzocht hoeveel neerslag er is gevallen hoe die hoeveel zich verhoudt tot andere jaren. De neerslagmetingen sinds 1971 in onze regio zijn daarbij met elkaar vergeleken en weergegeven in onderstaande grafiek, waarbij de neerslag van 2012-2013 in rood is aangeduid. De vele neerslag tijdens de winter 2012-2013 kan ook nog invloed hebben op de grondwaterstand tijdens de winter 2013-2014. Dit komt doordat de grondwaterstand voor aanvang van de winter plaatselijk mogelijk niet helemaal is hersteld van de vele neerslag in de afgelopen winter. Via deze link kunt u het rapport en de samenvatting vinden.

Als tijdelijke maatregel kunt u direct een pomp op de vloer zetten die het water naar buiten pompt (te huur of te koop bij de grotere bouwmarkten). Op lange termijn zijn er wel een aantal maatregelen die kunnen helpen deze problemen te voorkomen.

U kunt onder meer:

  • muren, ondervloeren en kelders waterdicht maken
  • kruipruimtebodems isoleren
  • onderkant van de benedenvloer isoleren
  • kruipruimtes en kelder eventueel met zand dicht(er) maken
  • kruipruimtes en kelders koel houden!
  • drainage aanleggen onder of rondom het huis en laten aansluiten op gemeentelijk open water, gemeentelijk drainage of riolering
  • zelf regenwater verwerken in kleine ondergrondse opvangbakken die het water langzaam aan de grond afstaan
  • afvoer van straatje, achterommetjes, tuinen en dergelijke zo verbeteren dat water afstroomt naar de openbare weg en de gemeentelijke riolering of drainage en niet naar de eigen woning
  • kelders en kruipruimtes goed ventileren
  • watermeetputten buiten waterdicht maken

Veel van deze maatregelen vereisen specialistische kennis en ervaring. Het inschakelen van bouwkundig adviseurs, bijvoorbeeld van een organisatie als Vereniging Eigen Huis, kan u verder helpen.