Paarden staan hoog aangeschreven in onze maatschappij. Men spreekt van ‘edele dieren' en beschouwt ze als trouwe, respectabele metgezellen. Althans, dat dachten we lange tijd. Maar de praktijk is pijnlijk anders, reden waarom de Dierenbescherming in 2009 campagne voerde voor beter welzijn van paarden.

In Nederland worden ongeveer 400.000 paarden gehouden. Velsen is een gemeente met een relatief hoge “paarddichtheid”. Het algemene beeld is dat van de dieren die als hobby worden gehouden, minstens de helft onvoldoende beweging krijgt. Paarden en pony’s zijn groepsdieren die van nature het grootste deel van de dag ‘wandelend’ op zoek zijn naar voedsel. Gedurende 23 uur per dag in een gesloten box verblijven is dus niet de bedoeling. Daar komt nog eens bij dat veel hobbypaarden geen of onvoldoende contact hebben met soortgenoten. Volgens de Dierenbescherming is het niet in de buurt hebben van een soortgenoot voor een paard een kwelling.

Paardenmest

Paardenmest is in bepaalde Velsense wijken een grote ergernis. Het in de APV verplicht stellen van een “poepzak” is niet werkbaar gebleken. Het probleem wordt nu door opruimafspraken in het zgn. Paardenconvenant (2010) binnen de perken gehouden.

Standpunt/actie:

Toezichthouders worden geïnformeerd over de voor paarden en andere weidedieren noodzakelijke omstandigheden, zodat zij eventuele misstanden kunnen signaleren en doorgeven aan de dierenbescherming. De verplichting tot het dragen van een “poepzak” kan uit de APV worden gehaald na bespreking van het evaluatierapport welke nog aan de raad wordt aangeboden.